3 Organisatie en opbouw van de school |Opbouw

Opbouw

Organisatie

Het Zwijsen College heeft acht kleine teams (vijf havo-teams en drie vwo-teams) en achttien vakgroepen. Een team heeft de opdracht de leerlingen optimaal te begeleiden en ze te leren leren, te begeleiden in het studieproces en ze te leren kiezen, kortom de meer pedagogische kant. Een teamleider geeft leiding aan elk team en wordt daarbij ondersteund door een leerlingcoördinator, een organisatiecoördinator, een zorgcoach en mentoren. Ouders en leerlingen hebben waarschijnlijk bij de dagelijkse gang van zaken te maken met de mentor en/of leerlingcoördinator.

De vakgroepen worden aangestuurd door achttien vakgroepvoorzitters en zij hebben de opdracht de kwaliteit van de lessen en de doorlopende leerlijn te bewaken. De vakgroepen belichten meer de vakdidactische en vakinhoudelijke kant. Samen zijn de teams en vakgroepen verantwoordelijk voor goed onderwijs en goede begeleiding.

Brugklas havo/mavo

In de brugklas havo/mavo bieden we een uitgestelde keuze voor de juiste leerroute. Deze specifieke groep leerlingen wordt indien mogelijk geplaatst in kleinere klassen en ontvangt intensieve begeleiding van het team en de mentor om de geschikte route zo goed mogelijk te kunnen bepalen. Er is veel aandacht voor het welbevinden op school en de voortgang wordt regelmatig met ouders/verzorgers besproken. Voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde is er de mogelijkheid om extra ondersteuning te krijgen. Hiervoor worden naast de mentoren ook de vakleraren en tutoren (leerlingen uit de bovenbouw) ingezet. 

Om deze specifieke doelgroep zo goed mogelijk te begeleiden en te determineren wordt de lesstof in kleine delen aangeboden in periode één. Op deze manier krijgen leerlingen de kans om rustig te wennen aan het voortgezet onderwijs en aan het zelfstandig werken. Geleidelijk worden de specifieke schoolse vaardigheden als plannen, structuur aanbrengen en leren leren aangeleerd. Ook de omvang van de toetsen ontwikkelt zich gedurende het schooljaar geleidelijk richting havo-niveau.

Brugklas havo/vwo

De brugklas havo/vwo is bedoeld voor drie groepen leerlingen: de echte havisten, de vwo’ers die geen extra vak willen en leerlingen van wie het niveau nog niet helemaal duidelijk is. De havo/vwo-klas biedt een uitgestelde keuze voor deze laatste groep. In de havo/vwo-brugklas krijgt een leerling gedurende de eerste drie periodes les op havo/vwo-niveau en determinerende toetsen waarin onderscheid gemaakt wordt tussen havo- en vwo-vragen. Leerlingen, ouders/verzorgers, vakleraren en de mentor krijgen zo een duidelijk beeld van de capaciteiten van de leerlingen. De leraren weten hoe ze de leerlingen het beste kunnen begeleiden.

In periode drie zullen de vakleraren een advies geven over wat de meest geschikte leerroute is voor de leerling. Dit kan zijn: havo, vwo of een uitgesteld advies (periode vier). Om te komen tot een goed onderbouwd determinatie-advies worden alle bronnen voorhanden meegenomen (Cito-VAS, werkhouding, resultaten overige toetsen). De groep leerlingen met een uitgesteld advies zal gedurende periode vier aansluiten bij de vwo-groep. In periode vier krijgt een leerling gedifferentieerd les op zijn of haar niveau. De leerlingen blijven dus gedurende het gehele schooljaar bij elkaar in de klas zitten. De leerlingen met een uitgesteld advies krijgen aan het eind van periode vier een advies havo of vwo. Aan het einde van het schooljaar stromen leerlingen door naar het voor hen geschikte niveau.

Brugklas vwo+

Vwo-leerlingen met interesse in een extra vak kiezen voor Fast Lane vwo+. Zij volgen naast het reguliere vwo-curriculum natuurwetenschappen of Chinees. Fast Lane vwo+ biedt leerlingen meer ruimte om te verbreden en te verdiepen.In periode drie zullen de vakleraren een advies geven over wat de meest geschikte leerroute is voor de leerling. Dit kan zijn: de zesjarige opleiding of de vijfjarige opleiding Fast Lane vwo. Om te komen tot een goed onderbouwd determinatie-advies worden alle bronnen voorhanden meegenomen (Cito-VAS, werkhouding, resultaten overige toetsen).

Verlengd brugjaar leerjaar 2

Een (kleine) groep leerlingen heeft een langere periode nodig om te wennen, te laten zien wat ze in huis hebben of om te groeien.. Bij deze groep leerlingen hebben we na een leerjaar nog onvoldoende informatie om een goed determinerend advies te kunnen geven. Deze leerlingen willen we een verlengd brugjaar aanbieden waarin pas na twee jaar gedetermineerd wordt.

De groep bestaat uit brugklasleerlingen met een voorzichtig havo-advies, met een mavo-advies die net aan de bevorderingsnorm voldoen en willen blijven én leerlingen uit de havo/vwo brugklas met een vwo-advies die eind schooljaar onverklaarbaar presteren onder havo-niveau.

Het verlengde brugjaar is geen reguliere klas, deze leerlingen worden verspreid over de klassen en gewoon meegenomen in de klasindeling. In het leerlingvolgsysteem wordt bij de opmerkingen vermeld dat het om een verlengd brugjaar gaat. Er wordt tussentijds niet afgestroomd en er wordt goed in kaar gebracht met een intakegesprek wat de hiaten zijn en wat de leerdoelen zijn. Ook wordt ingegaan op manier van leren, studie-aanpak en worden afspraken gemaakt over leerdoelen van de leerling en welke ondersteuning hij/zij daar van ouders, mentor en vakleraren bij nodig heeft. De mentor houdt vinger aan de pols hoe de voortgang van leerdoelen verloopt en of deze bijgesteld moeten worden. In april volgt het adviesgesprek met het uitgestelde advies voor de determinatie mavo, havo of vwo.

Havo

De havo-opleiding neemt vijf jaren in beslag. Op het Zwijsen College is de verzorging van onderwijs en begeleiding verdeeld over drie teams; brugklas, havo 2-3, havo 4-5, zodat er rekening gehouden kan worden met de eigenheid van de havoleerling. Binnen de brugklassen kennen we een tweedeling: de havo/mavo- en de havo/vwo-brugklassen.

In havo 3 wordt de profielkeuze voorbereid. Daarbij kan een keuze gemaakt worden uit: 

  • Cultuur en Maatschappij. 
  • Economie en Maatschappij. 
  • Natuur en Gezondheid. 
  • Natuur en Techniek. 

Fast Lane vwo (+)

Het vwo bestaat uit een zesjarige opleiding, het atheneum, en een vijfjarige opleiding Fast Lane vwo. De opleiding is opgedeeld in drie teams: vwo 1-2, vwo 3-4 en vwo 5-6. Leerlingen die tot meer in staat zijn, hieronder vallen ook de hoogbegaafde leerlingen, kunnen via een versneld PTA hun vwo-diploma behalen in vijf jaren. Het is ook mogelijk om voor één of enkele vakken in vwo 5 eindexamen te doen. Alle vwo-leerlingen maken in vwo 3 de profielkeuze. Daarbij kan een keuze worden gemaakt uit de profielen:

  • Cultuur en Maatschappij;
  • Economie en Maatschappij;
  • Natuur en Gezondheid;
  • Natuur en Techniek.

Leerlingen die meer in hun mars hebben, volgen Fast Lane vwo+ waar meer ruimte is om te verbreden en te verdiepen. Vanaf leerjaar 1 kiezen zij naast het reguliere vwo-curriculum voor natuurwetenschappen of Chinees. Leerlingen die na de brugklas havo/vwo instromen in leerjaar 2 van de vwo-stroom hebben de mogelijkheid om deel te nemen aan Fast Lane vwo+ middels een inhaalprogramma, als dat nodig is.

Talentklas groep 7 en 8

Ook in een eerder stadium wil de school iets betekenen voor leerlingen met een leervoorsprong. Voor leerlingen uit groep 7 en 8 die over het algemeen snel van begrip zijn, weinig instructie nodig hebben, meer leerstof aankunnen, toe zijn aan een extra uitdaging en gemotiveerd zijn, is de talentklas opgezet. Onder leiding van enthousiaste leraren gaan deze leerlingen elke twee weken aan de slag met enkele gevarieerde, verdiepingsgerichte projecten.

Academische Opleidingsschool

Goede leraren vormen de sleutel voor goed onderwijs. Het is dan ook belangrijk te investeren in de opleiding en de professionalisering van onderwijsgevenden. De Academische Opleidingsschool Noord-Oost-Brabant (AOS-NO) van Ons Middelbaar Onderwijs is een partnerschap van zes lerarenopleidingen en tien scholen voor voortgezet onderwijs (waaronder het Zwijsen College). De AOS-NO wil zich vanuit een gezamenlijk belang inzetten voor krachtige opleidingstrajecten voor studenten die zich voorbereiden op het leraarschap en voor leraren die al in de onderwijspraktijk werkzaam zijn. Het onderzoek naar de dagelijkse praktijk vormt daarvoor de basis, waarbij het beter zicht krijgen op het leren van de leerling voorop staat in onze onderzoeksagenda.

Terug naar de inhoudsopgave